In Nijmegen voltrok zich zondagmiddag een tafereel dat zelfs voor de doorgewinterde Eredivisiekijker onverwacht kwam. Terwijl het Goffertstadion langzaam tot rust kwam na een intens duel tussen NEC en Sparta Rotterdam, stond één man nog vol in de storm: Sparta-trainer Maurice Steijn. Waar spelers elkaar al omhelsden en de supporters hun weg naar de uitgang zochten, liep Steijn met grote passen richting scheidsrechter Ingmar Oostrom – zichtbaar overmand door woede.
Wat volgde was een situatie die zelden zo explosief en openlijk zichtbaar is bij Nederlandse trainers. Steijn, die normaal gesproken zijn frustraties redelijk verbloemt achter strakke blikken en korte antwoorden, liet deze keer álles gaan. Het leek alsof alle opgekropte frustratie van de afgelopen weken – de teleurstellende resultaten, de druk van buitenaf, de kritiek van supporters – in één moment naar buiten knalde.
“Wat fluit je nou wéér man?!”
De camera’s registreerden hoe Steijn met felle gebaren op de arbiter afstormde. Met zijn rechterhand zwaaide hij breed uit, alsof hij de scheidsrechter letterlijk wilde wegvegen. Zijn gezicht stond strak van de irritatie; de kaak gespannen, de blik vlijmscherp. Nog voor hij Oostrom bereikte, was iedereen op de bank al gaan staan, half uit bezorgdheid, half uit het besef dat dit weleens verkeerd kon aflopen.
Toen hij Oostrom bereikte, ging het mis. De woorden van Steijn waren niet volledig te horen, maar zijn lichaamstaal sprak boekdelen. Hij eiste uitleg, hij eiste antwoorden, hij wilde een verklaring die voor hem al veel te lang was uitgebleven. De eerste gele kaart volgde vrijwel onmiddellijk, maar waar de meeste trainers dan wel terugdeinzen, ging Steijn juist nóg harder los.
Hij bleef praten, bleef wijzen, stak demonstratief een paar vingers op – alsof hij Oostrom wilde optellen hoeveel beslissingen hij volgens hem fout had gehad. De vierde official probeerde tussen beide mannen in te komen, maar Steijn was niet te stoppen. Het was alsof hij even geen rekening meer hield met gevolgen of protocollen; alleen zijn woede was nog leidend.
Toen Oostrom de tweede gele kaart trok, leek Steijn even verstijfd. Niet omdat hij geschrokken was, maar omdat hij simpelweg niet kon geloven dat hij eruit was gestuurd na het laatste fluitsignaal. Daarna draaide hij zich om, schudde zijn hoofd heftig en liep met grote, boze passen richting de spelerstunnel. Het Sparta-publiek op de tribune reageerde geschokt; sommige fans applaudisseerden zelfs, alsof ze blij waren dat eindelijk iemand de frustratie hardop uitsprak.

Waar ging het precies mis?
Het precieze moment waarop de bom bij Steijn barstte, blijft vooralsnog in nevelen gehuld. Maar dat de spanning al vanaf rust aanwezig was, staat vast. NEC kreeg vlak voor rust een penalty na inmenging van de VAR. De beelden toonden dat Sparta-speler Eerdhuijzen licht contact maakte in het strafschopgebied, maar volgens Steijn was het absoluut niet genoeg voor een strafschop. Hij was na rust al zichtbaar geïrriteerd toen hij met de vierde official sprak.
De penalty bracht NEC op voorsprong en vanaf dat moment leek het alsof Steijn steeds meer verstijfde. Elke twijfelachtige beslissing van Oostrom werd door hem met opgetrokken wenkbrauwen en gespreide armen ontvangen. En toen het duel uiteindelijk eindigde zonder overwinning voor Sparta – alweer – knapte er iets.
Sportieve frustratie stapelt zich op
Dat Sparta al weken in een lastige fase zit, helpt natuurlijk niet. Na een veelbelovende start is de ploeg volledig stilgevallen. De Rotterdammers hebben sinds 25 oktober geen wedstrijd meer gewonnen, en dat knaagt. Wat begon als voorzichtig gemopper vanaf de tribune, is inmiddels uitgelopen tot een voelbare onrust binnen de ploeg.
Je zag het tijdens de wedstrijd al terug in de lichaamstaal: spelers die elkaar aanspreken, handen die in de lucht gaan, misverstanden in de opbouw. Het ritme is weg, het vertrouwen wankelt. Voor een trainer die bekend staat om zijn gedrevenheid en passie, is dat een tikkende tijdbom. En zondagmiddag in Nijmegen ging die bom af.

En dan… NAC
Alsof de rode kaart nog niet pijnlijk genoeg was, volgt er nóg iets: Steijn moet hierdoor de volgende wedstrijd missen. En dat is niet zomaar een wedstrijd. Sparta speelt volgende week tegen NAC Breda, de club waar Steijn ooit zelf trainer was. Een club waar hij, zacht uitgedrukt, niet bepaald met een warm gevoel op wordt teruggekeken – en dat is wederzijds. De spanningen rondom dat duel waren op voorhand al hoog, maar nu Steijn geschorst is, krijgt de situatie een extra lading.
Je kon aan zijn gezicht aflezen dat dit besef hem hard trof. Niet kunnen coachen tegen zijn oude werkgever… Het voelde bijna symbolisch voor de ellendige reeks waar Sparta in terecht is gekomen.
Wat zegt dit over Steijn?
Sommigen zullen zeggen dat dit gedrag niet past bij een Eredivisie-trainer. Anderen vinden het juist krachtig dat iemand durft te laten zien dat hij leeft voor zijn club, dat hij strijdt, dat hij niet pikt wat hij onrechtvaardig vindt.
Maar één ding staat vast: Steijn was woest. En hij liet het iedereen merken.










