Kjeld Nuis heeft zijn ambities voor de toekomst duidelijk uitgesproken: de tweevoudig olympisch kampioen wil er in 2026 in Milaan nog één keer staan om zijn titel op de 1500 meter te verdedigen. Drie jaar geleden schreef hij geschiedenis door in Peking goud te veroveren, en hoewel de concurrentie hevig blijft, brandt het vuur nog steeds bij de ervaren schaatser. Toch denkt Nuis realistisch na over zijn loopbaan en weet hij ook al dat het einde in zicht is.

In een gesprek met Day 1 liet Nuis weten dat hij niet koste wat kost alleen voor goud gaat. “Ik wil mijn titel verdedigen, maar het belangrijkste is dat ik daar weer de beste versie van mezelf kan laten zien. Als dat een medaille oplevert, ben ik tevreden. Dat hoeft niet per se goud te zijn.” Daarmee klinkt de 34-jarige schaatser opvallend nuchter. Waar hij in eerdere jaren enkel sprak over winnen, is er nu ook ruimte voor tevredenheid met zilver of brons. “Een jaar geleden had ik dit nooit zo gezegd,” geeft hij eerlijk toe.
Zijn gewijzigde perspectief komt voort uit de ontwikkeling die hij het afgelopen seizoen heeft doorgemaakt. Op de 1000 meter wist Nuis zichzelf te verbeteren en in Thialf zelfs de snelste tijden uit zijn carrière te rijden. Op de 1500 meter lukt dat nog niet, maar hij blijft hoopvol. “Als ik daar een piekrace neerzet, kan het zomaar gebeuren. Maar als ik me blindstaar op goud, dan valt alles daaronder tegen. En dat past niet meer bij de fase waarin ik nu zit. Ik ben geen 25 meer, ik zit in een andere periode van mijn carrière én mijn leven.”
Toch blijft de spanning groot. De kwalificaties voor de Olympische Spelen zijn bikkelhard, iets dat Nuis in het verleden al heeft ervaren. “Tussen kerst en oud en nieuw moet je hier gewoon top zijn. Soms moet je een afstand winnen of minstens tweede worden, anders mag je niet mee. Acht en vier jaar geleden heb ik daar slapeloze nachten van gehad. Dit keer hoop ik die stress beter aan te kunnen.”
Wat voor Nuis telt, is dat hij nog steeds vooruitgang boekt. Zijn motivatie blijft overeind zolang hij zichzelf kan verbeteren en snelle tijden kan rijden. “Op het moment dat ik voel dat de rek eruit is, dat ik mijn niveau niet meer haal, dan weet ik dat het tijd is om afscheid te nemen. Maar dat punt is er nu nog niet.”
De schaatser balanceert dus tussen ambitie en realisme. Hij wil in Milaan 2026 nog één keer schitteren, wetend dat het wellicht zijn laatste kunststukje wordt. Voor Nuis draait het niet langer alleen om het goud, maar om het neerzetten van de perfecte race. En juist die instelling kan hem de kracht geven om nog eenmaal de absolute wereldtop te bereiken.