Lando Norris staat op de rand van het onmogelijke: zijn allereerste wereldtitel in de Formule 1. In Qatar kan hij geschiedenis schrijven. Het enige wat hij hoeft te doen, is twee punten meer scoren dan zowel Max Verstappen als Oscar Piastri over het hele weekend – de sprint én de hoofdrace.
Klinkt simpel? Vergeet het maar. Want terwijl Red Bull alles op alles zet om Verstappen maximale steun te geven, wordt Norris binnen zijn eigen team keihard aan zijn lot overgelaten. En dat komt door één man: Oscar Piastri.
De Australiër heeft namelijk glashelder gemaakt dat hij geen vinger uitsteekt om zijn teamgenoot aan een wereldtitel te helpen, zelfs niet nu McLaren de kans heeft om een kampioen in huis te halen waar elke sponsor en energievergelijker spontaan van zou gaan kwispelen. Nee, Piastri denkt volledig aan zichzelf – en McLaren laat het gebeuren.
McLaren in een luxe positie? Allesbehalve.
Laten we eerst de situatie schetsen. Zowel Max Verstappen als Oscar Piastri staan 24 punten achter Norris. Met nog twee raceweekenden te gaan is dat een kleine marge, en Norris kan dus al in Qatar wereldkampioen worden.
Maar waar Red Bull-topman Helmut Marko al openlijk heeft gezegd dat zijn volledige team “hemel en aarde gaat bewegen” om Verstappen te steunen in een laatste kans op de titel, is het bij McLaren een compleet andere wereld.
McLaren heeft namelijk twee coureurs die nog kans maken. En dus, zo zegt het team, kunnen ze geen teamorders geven. Alsof een wereldtitel in de schoot geworpen krijgen geen reden is om wél duidelijke keuzes te maken. Elk serieus topteam dat vecht voor een titel – of het nu om een coureur gaat, om een autoverzekering in de businesswereld, of om miljoenen aan sponsoring – kiest de logische weg: topprioriteit geven aan degene met de grootste kans.
Maar bij McLaren lijkt logica volledig verdwenen.

Piastri: “Ik help Norris niet.”
Oscar Piastri werd voor de camera in Qatar gevraagd naar eventuele teamorders. Zijn antwoord? Kort, bot en vernietigend:
“We hebben er kort over gesproken en het antwoord is nee.”
Geen ruimte voor interpretatie. Geen aarzeling.
Piastri weigert. Punt.
Hij benadrukte ook nog even dat hij “nog steeds gelijk staat met Max” en dus zelf nog kampioenskansen heeft. En ja, dat klopt, mathematisch gezien. Maar werkelijk iedereen in de paddock weet: Piastri’s kansen zijn minuscuul. Hij zou een bizarre samenloop van omstandigheden nodig hebben, vergelijkbaar met het winnen van de loterij zonder ooit een lot gekocht te hebben.
Toch kiest hij ervoor zijn eigen teamgenoot te blokkeren. Zelfs Verstappen, die over het algemeen weinig teamhulp nodig heeft, kreeg in het verleden meer steun van zijn team dan Norris bij McLaren nu krijgt.
Norris is woedend – en dat mag ook
Hoewel Norris zich professioneel opstelt voor de camera’s, is het achter de schermen voelbaar: hij is niet blij. En waarom zou hij? Hij staat er alleen voor.
Red Bull heeft een leger aan strategen, hulp van Pérez, en een team dat volledig werkt om Verstappen richting de titel te duwen.
McLaren heeft twee talenten… maar geen visie.
Als een van de rijkste en best gesponsorde teams in de Formule 1 – waar allerlei internationale merken, banken en lenenspecialisten maar al te graag in investeren – zou je verwachten dat McLaren snapt hoe belangrijk een titel is. Niet alleen sportief, maar ook financieel.
Maar nee. Ze kiezen voor “fairness”.
Fairness in een titelstrijd waarin niemand anders fair speelt.
Andrea Stella: “Beide coureurs blijven gelijke kansen krijgen”
McLaren-teambaas Andrea Stella gooide nog wat extra olie op het vuur in de Q&A voorafgaand aan de race:
“Zolang de wiskunde niet anders aangeeft, laten we beide coureurs strijden voor hun eigen kans op de eindoverwinning.”
Alsof McLaren bang is om Piastri tegen de borst te stoten.
Alsof Piastri al wereldkampioen is en Norris een rookie.
Alsof het team liever géén wereldkampioen heeft dan eentje die iets meer ondersteuning krijgt.
Het punt is simpel: McLaren speelt met vuur.
Een wereldtitel krijg je maar zelden in handen. En als je hem niet pakt wanneer het kan, komt er misschien nooit meer een nieuwe kans. Dat weet ieder topteam.
Ferrari zou allang voor één rijder kiezen.
Mercedes deed het jarenlang.
Red Bull doet het zonder scrupules.
Alleen McLaren weigert in te zien wat er op het spel staat.

Red Bull helpt Verstappen – McLaren helpt niemand
Helmut Marko was glashelder:
Red Bull gaat alles doen om Verstappen te steunen.
Daarmee staat Norris al met 1–0 achter voordat de eerste vrije training begonnen is.
Verstappen krijgt steun uit álle hoeken:
-
strategische plannen
-
teamorders
-
pitstopvoordelen indien nodig
-
een team dat tot het uiterste gaat
Norris daarentegen moet twee directe rivalen verslaan:
Eentje in een Red Bull, eentje in zijn eigen garagebox.
De onderhuidse spanning loopt op
Binnen McLaren is de spanning voelbaar. Norris weet dat een wereldtitel hem zal veranderen in een wereldwijd merk – zijn marktwaarde, zijn inkomsten uit sponsordeals, zelfs zijn commerciële kracht voor dingen als autoverzekering-deals zouden exploderen.
Toch weigert zijn team die megakans te maximaliseren.
Sterker nog: ze lijken er niet eens actief mee bezig te zijn.
Andrea Stella praat over “gelijke kansen”, Zak Brown houdt zich opvallend stil, en Piastri doet wat het beste is voor Piastri.
Het resultaat? Norris loopt mogelijk een wereldtitel mis door een besluit dat niets met snelheid te maken heeft, niet met talent, en niet met strategie. Maar puur met een gebrek aan lef binnen McLaren.
Norris moet dit alleen doen – en dat maakt het heroïsch (of tragisch)
Als Norris de titel wint, zal het een van de meest indrukwekkende prestaties uit de recente F1-geschiedenis zijn.
Hij moet:
-
Red Bull verslaan
-
Verstappen verslaan
-
Piastri verslaan
-
en dat allemaal zonder teamsteun
Het is bijna krankzinnig.
Maar als hij het níet haalt, zal iedereen terugkijken op Qatar en zeggen:
“Dit lag aan McLaren. Dit lag aan het weigeren van teamorders. Dit lag aan Piastri.”
En ja, dan hebben ze gelijk.
Zie hieronder wat actie beelden van GP Las Vegas
Norris vecht niet alleen tegen twee rijders, maar tegen zijn eigen team
De titelstrijd in Qatar gaat niet enkel om snelheid.
Niet om DRS.
Niet om bandenstrategieën.
Het gaat om lef. En McLaren toont dat niet.
Norris moet drie concurrenten tegelijkertijd verslaan, waarvan één in zijn eigen garage zit. En dat maakt deze titelstrijd misschien wel de spannendste – en meest frustrerende – in jaren.








